top of page
engel.jpg

Detail hoofdaltaar Sint Luciakerk

Pluk de vrucht, de stam laten staan

Op 10 oktober 1729 zette keurvorst Karl III Philipp von Pfalz-Neuburg in Düsseldorf zijn paraaf onder een octrooi voor een loterij in Ravenstein aan Maas. Hij kon niet weten dat die ene handtekening een instelling in gang zette die een kerk zou bouwen, een school zou betalen, een hele regio van krediet zou voorzien en drie eeuwen later nog zou bestaan.

De man achter het plan was Johannes Franciscus van Willigen, advocaat-fiscaal van het Land van Ravenstein. Hij zag een kans: loterijen waren in de Republiek der Verenigde Nederlanden  verboden, maar in Ravenstein volstond één handtekening van de keurvorst. Zijn loten reisden de grens van het Land van Ravenstein over. Katholieken kochten ze bij duizenden, niet alleen voor de kans op geld, maar omdat ze zo meebetaalden aan een openbare katholieke kerk die ze thuis niet mochten hebben.  Zij kerkten in schuurkerken. Twee gulden per lot, jaar na jaar: de vrijplaats Ravenstein, uitgedrukt in geld.

In 1735 werd de Sint-Luciakerk gewijd. Maar de loten bleven komen en het overschot bleef groeien. Wat een bouwfonds was, werd bijna ongemerkt een vermogen. De beslissende wending kwam in 1752. Een akte legde vast wat sindsdien de kern van het fonds bleef: alleen de rente mocht worden uitgegeven, het kapitaal moest onaangeroerd blijven; Pluk de vrucht, laat de stam staan.

 

Schenking, toezicht en beheer werden over drie partijen verdeeld, zodat niemand de hoofdsom kon opmaken. En, minstens zo belangrijk: het fonds kreeg een eigen bestaan, los van zijn stichter. Van Willigen kon aftreden, het fonds bleef. In de decennia daarna werd het de kredietinstelling van de regio. In 1793 stonden er 315 leningen uit, samen ruim eenennegentigduizend gulden, wat destijds een groot vermogen was. Boeren ontgonnen er woeste grond mee, ambachtslieden investeerden in hun bedrijf; het fonds droeg kerk, school en zelfs een chirurgijn. Toen in 1794 de Fransen binnenvielen verloor het een groot deel van zijn vermogen. Maar maar het overleefde. Niet de bloei in de 18e eeuw, maar juist dat overleven bewijst hoe diep zijn wortels in de samenleving reikten.

 

Vandaag is het Loterijfonds Ravenstein het oudste nog bestaande loterijfonds van Nederland na de Staatsloterij.  Het Loterijfonds is geregistreerd als Nederlands Immaterieel Erfgoed en staat nog altijd in dienst van diezelfde samenleving. Zijn bestuurders heten als vanouds provisor: iemand die vooruitziet en voorziet, die tussen de generaties in staat. Voor hem is de regel van 1752 geen boekhoudkundige techniek, maar een opdracht; bewaren wat je is toevertrouwd.

bottom of page